Gestuurde boringen voor het verleggen van een 50kV kabeltracé in Gorinchem

Locatie: A27 thv Gorinchem/Arkel
Klant: BAM / Stedin
Expertise: Sleufloze technieken/HDD boringen
Projectbeschrijving: Verbreding deel A27
Rol van DTE in project: Ontwerpen nieuw tracé 50kV verbinding
Periode: 2018-2021

Gestuurde boringen voor het verleggen van een 50kV kabeltracé

Dutch Tunnel Engineering maakte uitvoeringsontwerp voor boringen van in totaal 2,4 km  Als gevolg van de verbreding van de A27 komt de ligging van een groot deel van een 50kV oliedrukverbinding tussen Gorinchem en Arkel in het gedrang.

Stedin heeft de ligging van twee 50kV oliedrukverbindingen daarom laten onderzoeken, ook gezien de toekomstige plannen om de A15 te verbreden. Aspecten als risicobeheersing, veiligheid en bedrijfsvoering zijn in dat onderzoek speerpunten. Dutch Tunnel Engineering werd ingeschakeld om onderzoek te doen en de ontwerpen voor de boorplannen te maken.

Het nieuwe tracé omvat twee gestuurde boringen, die door DTE zijn uitgewerkt als UO, met als basis het ontwerp van Stedin, in het kader van de aanvraag voor de vergunningen en de uitvoering van de boringen. We spreken met Olaf Hoogenboom, junior engineer bij Dutch Tunnel Engineering.

Verschillende kruisingen

DTE is vanaf de start van het project betrokken geweest bij het ontwerp van de verschillende kruisingen. Olaf: “De haalbaarheid van enkele van deze kruisingen was daarbij belangrijk. Door de vele stakeholders waren er veel wensen en eisen. Het ontwerp is dan ook in nauw overleg met Stedin en BAM tot stand gekomen. Er zijn veel berekeningen gemaakt, waarbij onomstotelijk werd bewezen dat de ene uitvoeringsmethode beter is dan de andere.”

Uiteindelijk heeft DTE het UO (uitvoeringsontwerp) gemaakt voor twee gestuurde boringen, van respectievelijk 1.392 meter (HDD1) en 1.060 meter (HDD2). “Bij beide boringen hadden we te maken met ProRail en omwonenden, bij HDD1 ook met het waterschap. Bij HDD2 kwamen ook Rijkswaterstaat in beeld”, schetst Olaf.


Risico’s in kaart gebracht

Olaf vervolgt: “Gezien de lengte en de diameter van de benodigde boorgangen was het belangrijk om alle risico’s goed in kaart te brengen en daar met de opdrachtgever keuzes in te maken. De risico’s waren de verschillen in grondlagen en het feit dat er aantoonbaar grind aanwezig was. Ook de locaties van het in- en uittredepunt brachten risico’s met zich mee, zo bevond zich het uittredepunt van HDD1 in een waterkering.

Wij moesten derhalve aantonen bij het Waterschap dat hier geen problemen zouden ontstaan. Bij HDD2 passeert de boring de funderingspalen van een viaducten van de snelweg en het spoor. Daar moest aangetoond worden dat de afstand van de boring tot de funderingspalen goed is en goed blijft.”


Haalbaar en betaalbaar ontwerp

De ontwerpen werden door DTE uitvoeringstechnisch ‘haalbaar en betaalbaar’ opgesteld. “Uiteindelijk zijn we gekomen tot een UO voor beide HDD-boringen. Bij het opstellen van het DO (definitief ontwerp) hebben we ook gekeken naar het ontwerp van de boring zelf.

Daarin komen zaken aan bod als de boorspoeldruk. Bij beide boringen is gekozen voor de ‘Meet-in-the-Middle’-techniek: in de pilotfase staat zowel bij het intrede- als het uittredepunt een boorrig. De twee boorrigs boren naar elkaar toe en de boorkoppen komen elkaar rond het midden van de boring tegen. Het voordeel van deze methode is dat de boorspoeldrukken minder hoog zijn waardoor het risico op blow-out minder groot is.”